Foto henk spaan

De CPN van 1982 tot 1986

door Henk Spaan





Meerderheden minderheden (maart 1984)

(koerier maart 1984)

Een verschil van mening
Bij de voorbereiding voor de gemeenschappelijke 1 mei viering in Wageningen bleken binnen het afdelingsbestuur van de CPN verschillen van mening te bestaan over de opzet van die 1 mei viering. Er bestonden twee opvattingen die op belangrijke punten aan elkaar tegenstrijdig zijn. Mijn opvatting was dat we zouden moeten streven naar een discussie over het 1 juli pakket, over de vraag waarom we daar tegen zijn en ook over wat we ertegen zouden kunnen doen. Wat mij betreft zouden we met name niet gaan zoeken naar bekende sprekers. Voor het culturele deel wilde ik ook niet te hoog grijpen en uitgaan van de mogelijkheden die er wat dat betreft in Wage-ningen aanwezig zijn. De meerderheid van het bestuur zag daarentegen weinig heil in een dergelijke discussie en wilde liever één of twee strijdbare sprekers, terwijl voor het culturele deel best gezocht mocht worden naar een of andere publiekstrekkende groep. Ik zal niet uitgebreid alle voor- en tegenargumenten opsommen (zie daarvoor elders in de Koerier), maar ik wil wel aangeven wat ik het belangrijkste vind in deze hele kwestie. Dat is dat volgens mij discussie helemaal niet saai hoeft te zijn en mensen niet af hoeft te schrikken; discussie is integendeel onze enige mogelijkheid als we wérkelijk iets willen doen tegen het beleid van de regering. Daarvoor hebben we geen bekende Nederlanders nodig (of die nou Cees Schelling heet of Jos Brink), maar moeten we zélf beginnen na te denken.

Het conflict
Dat er een verschil was was al duidelijk toen we de eerste uitnodiging kregen voor de 1 mei voorbereiding, maar dat was toen nog niet direct een probleem. Ik zou me voor de CPN ermee bezig houden en ik zou doorgeven wat de opvatting was van het CPN-bestuur en daarnaast zou ik ook de mogelijkheid hebben om mijn persoonlijke mening naar voren te brengen. Het resultaat was dat de voorbereidingsgroep aan het werk ging en met een voorstel kwam dat enigszins mijn kant op ging. Het bestuur besprak dit voorstel (waarbij ik niet aan-wezig was) en vond het een waardeloos voorstel en besloot een brief te sturen naar de voorbereidingsgroep met haar commentaar. Die brief kreeg ik op 27 februari. Op 28 februari was er weer bestuursvergadering, waar ik zei dat ik absoluut niet van plan was die brief te verdedigen in de 1 mei-groep en dus niet meer als vertegenwoordiger naar de 1 mei voorbereiding zou gaan. De volgende dag, 29 februari was die vergadering waar ik aanwezig was en namens de CPN Ruud van Schie. In de loop van die vergadering werd mij het absurde van de situatie duidelijk omdat Ruud precies het tegenover-gestelde zat te verdedigen als ik vóór die tijd gedaan had. Ik ben daarom halverwege de vergadering boos weggelopen. Mijn conclusie was dat ik in dit geval kennelijk niet de CPN kon vertegen-woordigen, maar ook dat ik dat dan waarschijnlijk nooit zou kunnen doen, omdat ik me op glad ijs begeef zodra ik mijn eigen mening zeg. Het probleem is dat ik niet van plan ben om binnen de partij mijn mening voor me te houden maar evenmin buiten de partij, zelfs niet als ik de partij officieel vertegen-woordig. De vraag is nu waar precies de fout zit.

CPN-standpunt of eigen standpunt
Op de bestuursvergadering van 28 februari heb ik gezegd dat ik de CPN-brief niet wilde verdedigen en dat ik dus de CPN niet langer kon vertegenwoordigen. Achteraf vind ik die conclusie niet juist. Ik had moeten zeggen, dat ik de brief niet wilde verdedigen, maar tóch de CPN wilde blijven vertegenwoordigen. En ik had ook in het allereerste begin al duidelijker moeten zijn, namelijk dat ik wel de CPN wilde vertegenwoordigen, en dat ik wel bereid was om een eventueel standpunt van de meerderheid door te geven, maar dat ik vervolgens het recht wilde hebben om volledig volgens mijn eigen inzichten te werk te gaan. Praktisch blijkt dat voor mij de enige manier om te kunnen functioneren. Want ik wil me niet de hele tijd afvragen wat de meerderheid ervan vind en ik wil ook niet de schijn ophouden dat ik wél de meerderheidsopvatting zou verwoorden. Het is volgens mij bedrog om te suggereren dat iemand anders dat wel zou kunnen. Ook als we de meest gemiddelde CPN-er ergens heen zouden sturen om de partij te vertegenwoordigen, dan zal bij nader onderzoek zeker blijken, dat die persoon het grootste deel van zijn of haar tijd een eigen mening heeft zitten verkondigen. Ik ben er dus voor om voortaan elke schijnvertoning wat dat betreft af te schaffen.

Afschaffing "last en ruggespraak"
Dit gaat nogal ver en komt neer op het afschaffen van het laatste restje democratisch centralisme. Want niet alleen moet het mogelijk zijn om binnen de partij van mening te verschillen (de hysterische reacties tegen het horizontaal overleg bewijzen overigens dat ook dat nog geen gemeengoed is), het moet ook mogelijk zijn naar buiten toe verschillen van mening te laten blijken als die er zijn, en dat dus ook af en toe alleen de minderheidsopvatting naar voren komt. Zou het zo'n ramp zijn geweest als het bestuur ermee volstaan had haar mening via een brief te geven, maar mij toch mijn gang had laten gaan ? "Ja maar dan zou de meerderheidsopvatting niet verdedigd worden !". Nou en ? Natuurlijk zou het geen ramp zijn, maar ik geef wel toe dat zoiets verdergaan-de consequenties heeft. Voor Jack Bogers bijvoorbeeld. Hij vertegenwoor-digt de CPN in de gemeenteraad, maar moet volgens mij dus een volmacht krij-gen om daar te doen wat hij wil, te zeggen wat hij wil en te stemmen wat hij wil. In de praktijk is dat ook zo want de enige keer dat een ledenvergadering expliciet gezegd heeft hoe Jack zou moeten stemmen, bleek al dat Jack daarbij zijn bedenkingen had (alhoewel hij later wel deed wat de ledenvergadering zei). De CPN heeft de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op het moment dat de vertegenwoordiger gekozen moet worden, maar vanaf het moment van verkiezing moet de vertegenwoordiger zijn gang kunnen gaan en moet het onmogelijk zijn om hem of haar te binden aan een bepaald gedrag. Het bestuur of de ledenver-gadering kan dus niet Jack verplichten om een mening te verdedigen die niet de zijne is. Hetzelfde moet ook gelden voor de afvaardiging naar bijvoorbeeld een partijcongres; als er ook maar één beperking was gesteld aan mijn gedrag op het congres, dan zou ik zeker geweigerd hebben om erheen te gaan.

Meerdere meningen naar buiten
En niet alleen moeten vertegenwoordigers hun gang kunnen gaan. Als er in de partij bepaalde meerderheids- en minderheidsopvattingen bestaan, dan moeten vertegenwoordigers van de minderheid in een evenredig aantal gevallen in staat zijn om de partij naar buiten te vertegenwoordigen, ook al is vantevoren duidelijk dat zij vooral hun eigen mening zullen geven. Horizontalen moeten dus ook een verkiesbare plaats voor de tweede kamer kunnen krijgen, want ze zijn per slot van rekening een deel van de partij, minderheid of niet. Iedereen is boos over het royeren van Scholten en Dijkman, terecht, maar dat heeft wel de consequentie dat wijzelf niet binnen ónze partij een bepaalde meerderheids-stemdiscipline kunnen opleggen. Uiteraard moet het wel mogelijk blijven om mensen die standpunten verkondigen die ver afstaan van het partijstandpunt te corrigeren of zelfs te royeren. (Op dit punt gekomen wil ik er even op wijzen dat het waanzin is dat het laatste congres besloten heeft dat een uitgangspunt van de CPN is, "dat meningsverschillen niet met disciplinaire methodes worden benaderd". Als er ook maar één situatie te bedenken is waarin een royement op zijn plaats is, wordt daarmee deze fraaie belofte als geheel een absurditeit). Samengevat vind ik dat een liberaler opstelling naar buiten toe mogelijk moet zijn. Als zoiets in de statuten geregeld wordt, dan weet voortaan iedereen, ook mensen buiten de partij, dat de partij vertegenwoordigd wordt door mensen met een eigen mening en niet door partijbureaucraten. Iedereen zal dan ook wel beseffen en accepteren, dat andere CPN leden wel eens iets anders kunnen zeggen.

Wordt het zo een zooitje?
Op de vraag of dat niet betekent dat de partij een grote bende wordt, waar iedereen maar doet wat hij of zij wil, en waarin geen enkel duidelijk besluit kan worden genomen, kan ik alleen maar met nee antwoorden. Besluiteloosheid komt niet door discussie en door het bestaan van menings-verschillen, maar door angst om stelling te nemen en door het gebrek aan discussie. En met name in de tijd dat CPN-ers zogenaamd altijd het partij-standpunt naar buiten toe verdedigden, was willekeur en eigengereid optreden aan de orde van de dag (maar dan moest je wel zorgen dat je partij-bons was). Als er belangrijke besluiten in de partij genomen moeten worden dan zal het ofwel niet moeilijk zijn om daarvoor een grote meerderheid te vinden, ofwel dat blijkt niet mogelijk en dan is het sowieso beter om de belangrijkheid van dat besluit in twijfel te trekken. Als de meerderheid van de CPN vindt dat wij duidelijk het inleverbeleid van de FNV-top moeten bestrijden, maar als 45 procent daartegen is, dan is het beter dat de partij niet voor 100 procent tegen de FNV-top ingaat, maar dat slechts 55 procent dat doet, en dat de anderen het recht hebben het FNV-beleid te verdedigen. De (belangrijke!) functie van de partij is dan nog, dat in de partij deze discussie gevoerd wordt tussen voor en tegenstanders van Kok, en dat men in die discussie vooruitgang boekt. Het resultaat kan zijn dat er nieuwe initiatie-ven uit voortvloeien en dat misschien beide standpunten verenigd worden in de vorm van een zinvolle combinatie van ondersteuning en kritiek. En daarmee komen we weer terug bij het beginpunt: dat discussie niet saai en afstotend is maar integendeel de enige manier om te komen tot goeie en concrete activiteiten. Op de lange termijn is het misschien wel het doel van de partij om een meer samenhangend optreden te krijgen in de richting van socialisme en misschien zelfs een grotere discipline, maar dat dan wel onder de strikte voorwaarde dat dat een vrijwillige discipline is.

Conclusie
Na de bovengenoemde gebeurtenissen heb ik me uit de voorbereiding van de 1 mei viering teruggetrokken, en ik heb er nog een conclusie uit getrokken: dat als ik de CPN niet met mijn eigen mening kan vertegenwoordigen, ik ook geen zin meer heb om in het bestuur te blijven zitten, want elke volgende keer dat ik ergens de CPN moet vertegenwoordigen, kan zich dit probleem herhalen. Daarom heb ik mijn activiteiten voor het afdelingsbestuur opgeschort totdat het probleem in de afdelingsvergadering besproken is. Als dan de afdeling besluit dat vertegenwoordigers wel altijd de meerderheidsopvatting moeten verdedigen, zal ik niet terugkeren in het afdelingsbestuur en oppositie moeten voeren totdat de kwestie geregeld is.
Hieraan wil ik nog een paar opmerkingen toevoegen. Ik maak van deze kwestie zo'n punt omdat procedures voor een partij geen hinderlijke details zijn, maar juist essentieel voor een goed functioneren. Mijn opvatting over pluriforme CPN-vertegenwoordiging naar buiten toe is in tegenspraak met de uitspraak van het congres over deze kwestie, het aangenomen amendement nr 7 bij paragraaf 12, hoofdstuk I, waarin staat dat voor het bereiken van de doelstellingen van de CPN een eensgezind optreden van communisten vereist is, en dat meerderheidsbesluiten gelden als uitgangspunten voor het optreden. Het congres had daar overigens geen uitspraak over mogen doen, want in de statuten staat een formulering die nog veel verder gaat dan dit amendement. Dat is een reden om de statuten te veranderen, maar niet om ze achteloos opzij te schuiven zoals nu gebeurd is. Juist het feit dat een nieuw partijprogramma is aangenomen, maar dat tegelijkertijd de statuten nog zo stalinistisch zijn als de pest, maakt dat partijprogramma tot een waardeloos vodje papier.