In 1991 en 1992 deed ik onderzoek in de glastuinbouw in Zuid-Holland. Ik interviewde ruim dertig tuinders uit verschillende delen van
de provincie en met verschillende specialiteiten en verschillende opvattingen over hun ondernemerschap.
Het onderzoek werd gedaan door de vakgroep Agrarische Ontwikkelingssociologie, met name in het kader van bedrijfsstijlenonderzoek
onder leiding van Jan Douwe van der Ploeg. We deden het onderzoek in opdracht van de provincie Zuid-Holland.
We gingen niet op zoek naar de ontwikkeling van het gemiddelde bedrijf, maar integendeel naar de grootst mogelijke verschillen,
dus ook naar de uitersten. Zo kregen wij als buitenstaander al snel een veelzijdig beeld van een bedrijfssector in een belangrijke
periode van verandering, te meer omdat alle benaderde tuinders graag wilden deelnemen aan het onderzoek. Dat mag op zich al opmerkelijk
genoemd worden.
Het onderzoek geeft een tijdbeeld, maar is ook achteraf een goed beeld van de keuzen die tuinders individueel maakten. De
konklusies komen voort uit de beschrijving van de meningsverschillen binnen de sector. Daar kunnen beleidsmakers en deskundigen niet
makkelijk omheen. Het is zoals een tuinder bij de presentatie van het onderzoek in 1992 opmerkte: "Het zou door mijn buurman
geschreven kunnen zijn!".
Het onderzoek is gebaseerd op de interviews en de verwerking ervan tot een samenhangend geheel door professor
J.D.van der Ploeg. Achteraf het rapport lezend, denk ik dat we tevreden kunnen zijn.
Het rapport werd als boekje uitgegeven door de Landbouwuniversiteit Wageningen en de provincie Zuid-Holland.