Foto henk spaan

Oost-Europa en de vredesbeweging

door Henk Spaan






De omwenteling in Tsjechoslowakije (december 1989)


Eerdere demonstraties.
Sinds 1988 zijn demonstraties in Tsjechoslowakije geleidelijk talrijker en omvangrijker geworden. In maart '88 demonstreerden in Praag en in Bratislava enkele duizenden katholieken voor meer godsdienstvrijheid. De politie verhinderde veel mensen zich bij de demonstratie te voegen en ging over tot arrestatie van tientallen mensen, waarna de demonstratie werd ontbonden. Op 20 augustus '88 namen ongeveer 8000 mensen deel aan de herdenking van de inval legers van het Warshau-pact in 1968. De demonstratie werd door de politie uiteengedreven. Op 28 october herdachten enkele duizenden mensen het ontstaan van de Tsjechoslowaakse republiek zeventig jaar eerder, in 1918. Tevoren waren enkele honderden mensen gearresteerd en ook dit keer maakte de politie een eind aan de demonstratie. Op 10 december kreeg de oppositie toestemming voor een demonstratieve bijeenkomst op de "dag van de mensenrechten" op een plein buiten het centrum van de stad. Vierduizend mensen luisterden naar toespraken van Havel en Rudolf Battek en naar de 'verboden' zangeres Marta Kubisova. De bijeenkomst verliep rustig. De herdenking van de dood van Jan Palach op 15 januari 1969 gaf weer veel problemen. In de week die volgde op 15 januari greep de politie telkens hard in als mensen bloemen wilden leggen bij het monument van de heilige Wenceslaus. Honderden mensen werden voor een dag of twee dagen opgepakt en enkelen werden langere tijd vastgehouden; Vaclav Havel werd naar aanleiding daarvan veroordeeld tot 8 maanden celstraf. Het geweld dat de politie gebruikte, riep in Tsjechoslowakije veel verontwaardiging op evenals de veroordeling van Havel. In augustus '89 werd opnieuw gedemonstreerd tegen de inval door het Warshau-pakt in '68, en ook deze demonstratie werd door de politie uit elkaar gejaagd.

28 October.
De demonstratie op 28 october 1989, de 71ste verjaardag van de republiek, bood in twee opzichten iets nieuws. Ten eerste was in de voorbereiding een studentencomité opgericht. Dit comité bereidde de demonstratie voor en verspreidde de oproep om deel te nemen. In het comité zaten vertegenwoordigers van alle faculteiten en van alle hogescholen in Praag en daarmee kreeg het comité een bredere achterban dan de organisatoren van eerdere demonstraties, die vooral steunden op kringen van dissidenten en hun sympathisanten. Hierdoor waren er meer demonstranten dan ooit, 20 tot 30 duizend mensen. Gezien de ontwikkelingen in de DDR die op dat moment op gang gekomen waren, was dat niet verwonderlijk. Want het werd zolangzamerhand genant, dat er in Tsjechoslowakije zo weinig gebeurde, terwijl heel Oost-Europa op zijn kop stond. Het is logisch dat veel mensen in Praag vonden dat zij ook eens iets moesten doen. De tweede nieuwigheid was, dat voor het eerst het optreden van de politie niet leidde tot beeindiging van de demonstratie. Toen de demonstranten Vaclavske namesti naderden, greep de politie in en arresteerde een aantal mensen. De demonstratie splitste zich echter op in enkele groepen, die ieder afzonderlijk hun tocht in een andere richting voortzetten. Telkens wanneer demonstranten een afzetting van de politie naderden, keerden zij zich om en dat ging zo vier uur lang door. Politie en demonstranten aarzelden kennelijk om een confrontatie aan te gaan en de demonstraties liepen ten einde doordat steeds meer demonstranten naar huis gingen. De demonstratie op 17 november liep anders af, en het is niet ondenkbaar dat de ervaring drie weken eerder voor de politie een reden was om in een vroeg stadium hard in te grijpen om een herhaling van de 28ste october te voorkomen.

Zeventien november 1939.
Op 17 november 1939 vond er in Praag een protestaktie plaats van studenten tegen de bezetting van Tsjechoslowakije door de Duitsers. De studenten hadden op die dag de as van een bekende negentiende-eeuwse Tsjechische dichter in een doodskist gedragen naar Slavin, om hem daar symbolisch te herbegraven. De Duitsers grepen in, en daarbij werden twee studenten gedood, één overleed ter plaatse, Jan Opletal, en een ander enige tijd later. Sinds de Tweede Wereldoorlog werd ieder jaar op 17 november een herdenking gehouden van de dood van Jan Opletal, en de datum 17 november werd zelfs gekozen als datum voor een internationale "studentendag". Tot twee jaar geleden verliep de herdenking volledig binnen de officiele kaders. De SSM, dat is de communistische jeugdorganisatie in Tsjechoslowakije, organiseerde jaarlijks op scholen en universiteiten en ook op Slavin korte herdenkingsplechtigheden, waarvoor de studenten niet veel enthousiasme toonden, al was het maar omdat deze geheel georganiseerd werden door de SSM. Vorig jaar, in 1988, waren na afloop van de herdenking enkele honderden studenten van de filosofische faculteit naar het Starometske namesti gegaan om een discussie te houden over de sombere situatie op de hogescholen en universiteiten. Ze werden tegengehouden door een cordon politieagenten en enkele organisatoren werden voor 48 uur in hechtenis genomen.

Zeventien november 1989.
Voor de demonstratie was Praag al in rep en roer. Het was vijftig jaar geleden dat Jan Opletal was doodgeschoten, en dit maal was er toestemming gegeven voor het houden van een demonstratieve mars naar Slavin om zijn dood te herdenken. Het stedelijk comité van studenten bereidde ook deze demonstratie voor. In onderhandelingen met de politie kreeg men toestemming tot het houden van de demonstratie, mits men niet zou proberen zich naar het centrum te begeven. De opkomst bleek enorm te zijn, want maar liefst 50.000 mensen liepen mee en niet alleen studenten. Bij de afsluiting van het officiele gedeelte van de demonstratie voerde de voorzitter van het studentencomité Martin Mejstrik het woord en hij zei daarbij veelbetekenend, "dat de goede Tsjechen wel wisten wat hun verder te doen stond". Minstens tienduizend mensen besloten hierop om de tocht voort te zetten in de richting van het Vaclavske Namesti. De tienduizend sloegen vanaf de kant van de Moldau de Narodnistraat in, maar werden op een bepaald moment tot stilstand gebracht door een cordon politie. Van achteren rukte een ander politiecordon op. De staart van de demonstratie kon een zijstraat in vluchten en het voorste deel, naar schatting drieduizend mensen, kwamen in de straat gevangen te zitten tussen twee cordons politietroepen. Een uur lang bleef de situatie zo. De demonstranten stonden tegenover de politie, en vroegen te worden doorgelaten. De politie bewoog zich echter niet en de demonstranten gingen op de straat zitten of staken kaarsen aan en boden agenten bloemen aan. Voortdurend riepen zij: "Wij willen geen geweld, we zijn met blote handen". Na een uur verschenen er speciale troepen, geheimzinnige "rode baretten". De demonstranten werden verder opeengedreven en toen begon een klappartij, die in de weken daarna het gehele land in verontwaardiging deed uitbarsten. Er werd op alle mogelijke manieren op de ongewapende demonstranten ingeslagen, en de ingeslotenen konden slechts ontkomen door een smalle sluis van agenten, die hun best deden om de vluchters te schoppen en te slaan waar ze konden. De wreedheid van met name de rode baretten was voor iedereen een verassing. Het resultaat was onder andere dat veertig mensen met verwondingen naar het ziekenhuis moesten, waarvan er tien voor langere tijd moesten worden opgenomen; er waren gebroken handen, schouders, hersenschuddingen; er waren tanden uit de mond geslagen en er waren open wonden: in de straat waar deze taferelen zich afspeelden waren na afloop overal plassen bloed, er lagen tanden en verscheurde kleren. Uiteraard was de verontwaardiging na afloop groot. Niet eerder was er tegen demonstranten zo geweldadig opgetreden, en een van de aanwezige studenten vertelde dat hij nooit gedacht had dat zoiets zou kunnen in een beschaafd land als Tsjechoslowakije.

De protesten beginnen.
Terwijl de drieduizend demonstranten in elkaar werden geslagen, was in de omgeving een deel van de overige 45.000 demonstranten getuige van wat zich verderop afspeelde, en het was ook van belang dat vanuit enkele theaters alles te zien was. De mensen van deze theaters waren de eersten om tot aktie over te gaan. Op dezelfde vrijdagavond, op het moment dat de gebruikelijke voorstelling moest beginnen, verschenen acteurs op het podium, en deelden de aanwezigen mede dat zij niet in de stemming waren om op te treden. Zij wilden in plaats daarvan met het publiek praten over wat er in Narodnistraat gebeurd was. De volgende dag besloten zij om net als de studenten de hele volgende week in staking te gaan en ook mensen van andere theaters sloten zich hierbij aan. De gemoederen werden nog opgezweept door een gerucht dat een student zou zijn doodgeslagen in de Narodnistraat. Achteraf lijkt dit een poging te zijn geweest van de politie om een bekende linkse ondertekenaar van Charta 77, Petr Uhl, in diskrediet te brengen. Twee meiden waren naar hem toegekomen met een emotioneel verhaal dat de student wis- en natuurkunde Martin Smid was overleden. Petr Uhl vertelde dit aan verslaggevers en werd vervolgens gearresteerd wegens het verspreiden van valse geruchten. Martin Smid had niet aan de demonstratie deelgenomen en de twee meiden bleken onvindbaar. Als het een poging was om Petr Uhl in diskrediet te brengen, werkte het in dit geval echter averechts. Uhl werd opgepakt, maar de boosheid onder studenten en anderen werd er door gevoed. Een week later werd Uhl in vrijheid gesteld. Op zaterdag en zondag werd in het centrum van Praag opnieuw gedemonstreerd tegen het politieoptreden, en er werd gewerkt aan de voorbereiding van verdere akties. De studenten besloten om de gehele volgende week te staken, en deden een oproep aan de Tsjechoslowaakse bevolking om na die week, op maandag 27 november van twaalf tot twee uur een algemene staking te houden. Zondag al gingen twintig auto's het land in, om studenten van andere universiteiten en hogescholen te waarschuwen en aan te sporen zich bij de aktie aan te sluiten. Op zondag organiseerde een inmiddels opgericht stakingscomité op een studentenflat een aktievergadering, waar 1000 studenten aanwezig waren. Voordat de vergadering kon beginnen, verhuisde men twee keer naar een andere studentenflat omdat telkens bleek dat er overal geheime politie rondzwierf. Het was half vier 's nachts toen eindelijk het besluit genomen kon worden om de volgende dag op alle faculteiten verder aktie te voeren en per faculteit te vergaderen.

Burgerforum.
Op zondagavond 19 november werd in de Cinoherni Klub, een theater in Praag, een bijeenkomst georganiseerd van vertegenwoordigers van verschillende onafhankelijke groepen en organisaties in Praag. Zij bespraken de situatie en besloten om het "Burgerforum" op te richten. In Burgerforum waren de volgende groepen vertegenwoordigd: Charta 77, het Helsinki comité, de Kring van onafhankelijke intellectuelen, de Beweging voor burgerlijke vrijheden, Artforum (de feitelijke opvolger van Jazz-section), Obroda (club voor socialistische vernieuwing), het Tsjechoslowaaks Democratisch Initiatief, het studentencomité, het VONS, de Onafhankelijke vredesbeweging, Open Dialoog, het PEN-club centrum, een deel van de Tsjechoslowaakse Socialistische Partij, de Tsjechoslowaakse Volkspartij, kerken, Kunstenaarsverenigingen, enkele leden en ex-leden van de Communistische Partij en nog enkele individuele personen. Burgerforum verlangde onmiddellijke onderhandelingen met de autoriteiten over de huidige situatie en een openbare dialoog over de toekomst. Over vier eisen moest eerst gepraat worden:
1) Het aftreden van een zestal functionarissen die verantwoordelijk worden geacht voor het ingrijpen van de troepen van het Warshaupakt in 1968 en voor de situatie die daarna ontstond, namelijk Husak, Jakes, Fojtik, Zavadil, Hoffmann en Indra. 2) Het aftreden van de Praagse partijsecretaris Stepan en van de minister van Binnenlandse Zaken Kincl. 3) Vorming van een onderzoekscommissie om het recente politieoptreden uit te zoeken. 4) Onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen. Het Burgerforum ondersteunde verder het initiatief van de studenten om op 27 november een nationale staking te organiseren. Burgerforum werd na de oprichting het centrum van de protestaktiviteiten alhoewel het de studenten waren die veel loopwerk deden. In de eerste verklaring van burgerforum van 19 november valt op, dat daarin niet wordt opgeroepen om de volgende dag te verzamelen op het Vaclavske namesti. Daar verzamelden zich maandagmiddag meer dan 200.000 mensen, en dat gebeurde kennelijk min of meer spontaan.

Filosofische faculteit.
Op maandagochtend om acht uur kwamen veel studenten pas weer terug op de universiteit na het weekend bij ouders of elders te hebben doorgebracht. Velen van hen waren niet op de hoogte van wat er inmiddels in het weekend gebeurd was. Er werd een algemene vergadering georganiseerd waarbij achthonderd van het totaal van tweeduizend studenten aanwezig waren. Er werd een faculteitsactiecomité gekozen en er waren twee verschillende voorstellen. Sommigen wilden staken en meteen het faculteitsgebouw bezetten, anderen wilden alleen staken. Iedereen was het ermee eens dat er aktie gevoerd moest worden, maar veel aanwezigen vonden het riskant om te bezetten, omdat zoiets in Tsjechoslowakije tot dan toe onvoorstelbaar was. Na een lange discussie waren ongeveer 425 studenten voor staken én bezetten, en waren er 375 alleen voor staken. Toen 's middags alle studenten naar de eerste grote demonstratie op het Vaclavske namesti gingen, sloot de dekaan van de faculteit het gebouw af. Dit mocht echter niet baten. Ongeveer 250.000 demonstranten kwamen die middag bijeen op Vaclavske namesti: de beweging was inmiddels zo gegroeid, dat de dekaan het de volgende ochtend niet meer aandurfde om het gebouw gesloten te houden of te laten bewaken door politie. Dinsdagochtend kon de bezetting dus worden hervat. Sindsdien zorgden de studenten ervoor dat steeds voldoende mensen binnen bleven. Ook 's nachts bleven telkens tussen de honderd en tweehonderd aktievoerders in het gebouw slapen in speciaal daarvoor ingerichte slaapruimten.

Studenteneisen.
Op maandag stelden de studenten op faculteiten, en ook in het stedelijke studentencomité eisen op die verder gingen dat de eisen van het Burgerforum. De studenten steunden de eisen van Burgerforum maar eisten bovendien: - Het schrappen van het artikel in de grondwet waarin de leidende rol van de Communistische Partij wordt vastgelegd; - Onmiddellijke naleving van alle bepalingen in de akkoorden van Helsinki; - Een onmiddellijk begin van een open, brede discussie in de gehele samenleving "om oplossingen te zoeken voor de rampzalige sociale, politieke, economische en ecologische situatie" in het land. Studenten in Brno vulden deze eisen nog verder in. Zij eisten de legalisering van Lidove Noviny en van andere onafhankelijke tijdschriften en publicaties, toegang tot persorganen zoals kranten en televisie, een daadwerkelijke erkenning van het recht op vergadering, en buitengewone algemene verkiezingen. Daarnaast stelden studenten overal speciale eisen voor veranderingen op de universiteiten. Er moet een nieuwe onderwijswet komen. In de onderwijsprogramma's moet meer ruimte gegeven worden voor discussie tussen studenten en staf en tussen studenten onderling. Tot nu toe stelt het ministerie alle onderwijsprogramma's landelijk vast, en men wil dat de faculteiten dit zelf gaan doen. De studenten eisen ook meer individuele keuzevrijheid. De studenten wensen de afschaffing van de "politieke" vakken, zoals dialectisch en historisch materialisme, wetenschappelijk atheisme en politieke economie. In het talenonderwijs nemen dergelijke vakken drie college-uren per week in, maar zij kunnen soms zelfs een derde deel van de studie beslaan. Ook moeten vakken verdwijnen die weinig of niets met de eigen specialisatie te maken hebben zoals biologie in het talenonderwijs. Andere vakken moeten aanzienlijk verbeterd worden.

Het land in.
Vanaf zondag 19 november gingen aktievoerders het land in om anderen aan te sporen om aan de akties mee te doen. Aanvankelijk gebeurde dat spontaan, en later meer systematisch. Acteurs en een aantal bekende TV-persoonlijkheden en musici sloten zich hier bij aan, en gingen met de studenten mee. Ook de studenten van de filosofische faculteit verspreidden zich vanaf dinsdag naar industriesteden, naar fabrieken of naar de scholen in de dorpen waar zij zelf zijn opgegroeid, of bijvoorbeeld ook naar landbouwbedrijven. Op donderdagochtend gingen bijvoorbeeld honderd studenten van de faculteit het land in, samen met enkele tientallen artiesten. Student Marek Toman vertelde dat hij op dinsdag met vier anderen met de bus naar Kolin, een industriestad op vijftig kilometer van Praag, was gegaan. Ze hadden weinig materiaal bij zich en kregen van de buschauffeur toestemming om aan de passagiers iets te vertellen over hun akties. Op dat moment waren de reacties nog tamelijk koel en overheerste de voorzichtigheid nog. In Kolin gingen ze allereerst naar de middelbare school en ontdekten daar tot hun verassing dat er al een actiecentrum was ingericht. Kennelijk waren op maandag al anderen in Kolin geweest. De scholieren wisten niet wat ze doen moesten en de directeur wilde niet toestemming geven om een bijeenkomst te houden van scholieren en de studenten. Een bijeenkomst met ongeveer dertig leraren van de school werd wel toegestaan, en de reacties waren over het algemeen positief. 's Middags na schooltijd werd er in een park alsnog een bijeenkomst met 300 scholieren gehouden. Voor de scholieren was het een sensatie te kunnen praten met die rebellen uit Praag. De politie kreeg in de gaten dat er een bijeenkomst was en ging ernaar toe, waarna de bijeenkomst snel ontbonden werd. De politie controleerde de identiteitskaarten van de studenten, maar arresteerde niemand. De studenten waren door dit alles zo bang geworden dat zij niet met hun vijven tezamen naar het station terug durfden te gaan, en dus ieder apart de bus terug namen.

Angst.
Zeker in het begin moesten de studenten heel wat angst overwinnen. Het is niet prettig om als commentaar van een wat oudere communistische arbeider te horen dat ze al die revolutionairen uit Praag moesten doodschieten. De grootste angst was in het begin om wegens deelnemen aan de akties van de universiteit te worden gezet, een gebruikelijke straf voor studenten die lieten blijken opstandig te zijn. Dit was echter ook de angst die het eerst opzij werd gezet: iedereen deed mee en het risico werd daardoor kleiner. Zeker in de eerste dagen van de akties was er nog een grote angst opgepakt te worden door de politie, want het was bekend dat de politie er niet voor terugdeinsde om geweld te gebruiken tegen arrestanten. Katerina Pincova en Zuzana Pultrova vertelden dat zij waren aangehouden en dat een jong ventje van de veiligheidsdienst hun uitschold voor hoeren, en dat hij zin had "jullie intellectuelen eens flink te verkrachten". En het bleef niet altijd bij dreigementen, want een vriendin van hen was op maandag de 20ste gedwongen zich uit te kleden, gewikkeld in natte lakens en had vervolgens een pak slaag gekregen. Het is niet verbazend te horen dat sommigen zich met knikkende knieen op weg begaven om bijvoorbeeld 's nachts met auto's in kleinere steden affiches op te plakken. Regelmatig werden deze auto's door de politie aangehouden en werden de inzittenden enkele uren vastgehouden. Marek Toman ervoer, dat het ook mee kon vallen. Hij was door de veiligheidsdienst opgepakt, maar overgebracht naar het gewone politiebureau en verhoord door een gewone politieagent. Pas na twintig minuten ontdekte Marek dat de agent geen idee had van wat er aan de hand was, en waarom Marek door de veiligheidsdienst was opgepakt. Dat was op vrijdag, toen Praag al een week lang in rep en roer was. Twee uur lang spraken zij over de gebeurtenissen en na afloop van het gesprek stelde de agent Marek op vrije voeten, waarbij hij Marek nog veel succes toewenste.

Fabrieken.
De studenten hadden moeilijkheden om bedrijven binnen te komen om te praten met de arbeiders. Allereerst waren er de portiers en de volksmilitie, die de bezoekers tegen hielden of aan de praat hielden. De volksmilitie bestaat uit bewapende arbeiders, en is een soort reservepolitie voor de handhaving van de socialistische orde. Meestal waren zij er als de kippen bij om de studenten af te schrikken. Hun argumenten waren dat de arbeiders niet geinteresseerd zijn in de praatjes van studenten en dat ze beter weg konden gaan. Soms was dat inderdaad het einde van het kontakt met het bedrijf. Maar het kon ook gebeuren dat de studenten mensen troffen die wel een praatje wilden maken, of die naar binnen gingen om te zeggen dat de studenten er waren en om collega's erbij te halen. Als er eenmaal een aantal arbeiders buiten waren, durfde de volksmilitie meestal niet meer in te grijpen. Bij een machinefabriek in Praag, CKD - ZWP, vroegen studenten of zij een krant voor het personeel mochten ophangen. Iemand liet hen binnen en bracht hen naar het mededelingenbord. Daar bleek al een protestverklaring te hangen van arbeiders van het bedrijf tegen het politieoptreden van de 17de met een aantal handtekeningen eronder. Maar er kwam een afdelingschef die het krantje weghaalde en die zei dat hij niet wilde dat zijn arbeiders het lazen. Het krantje van de studenten durfde hij wél weg te halen, maar de protestverklaring van zijn eigen personeel niet. Intussen kwamen er arbeiders langs en terwijl de chef vertelde dat men de akties in het bedrijf onzin vond en dat er niet gestaakt zou worden op 27 november, vertelden de arbeiders achter zijn rug dat er wél zou worden gestaakt. Toen enkele studenten op een station pamfletten aan de muur wilden ophangen, kwam de stationschef zeggen dat dat verboden was, maar gewone personeelsleden van de spoorwegen kwamen even later vragen om de pamfletten en waarschuwden hen vervolgens dat de baas de politie gebeld had. Op een station in Praag deelde Katerina Pincova kranten uit, de Svobodne slovo en de Lidova demokracie, omdat de politie in deze hectische dagen de verspreiding van beide progressieve kranten buiten Praag had tegengehouden. Ze merkte dat een personeelslid de krantjes weer ophaalde en van de muur haalde, en toen ze vroeg waarom hij dat deed, antwoordde de man dat het wat hemzelf betreft in orde was, maar dat hij geld kreeg per opgehaald exemplaar.

Voorrechten.
De vraag die studenten het meest door arbeiders gesteld werd, was waarom studenten nu zo opstandig waren, terwijl toch bekend was dat met name de kinderen van partijleden kans kregen te studeren, en dat het voor anderen moeilijk was. Soms werd er heel concreet gevraagd: "Als jullie nu zo opstandig zijn, waarom gooi je dan niet eerst die rijkeluiskinderen van de universiteit af?". Uiteraard was dat een pijnlijke vraag voor studenten. Want het valt niet te ontkennen dat op de universiteit vrij veel studenten "met bescherming" zitten. Zij konden daartegenin brengen, dat lang niet alle studenten uit bevoorrechte groepen komen. Er zijn heel wat studenten die lang hebben moeten knokken om een goede opleiding te krijgen, en bijvoorbeeld jarenlang hebben moeten wachten om geplaatst te worden. En in die tussentijd moesten zij net zo stom werk doen als alle andere jongeren. Jongeren wier ouders na 1968 in de problemen waren gekomen, kregen pas kans om te studeren als hun ouders forse bedragen aan de plaatsingscommissies konden betalen. Dat waren zeker geen bevoorrechte studenten, maar eerder studenten die bijzonder gemotiveerd waren. Een ander argument was, dat ook "beschermde" studenten enthousiast aan de akties meededen en dat het onzin was om hen te veroordelen op grond van de voorrechten van hun ouders. Een student die duidelijk met het probleem worstelde, was tot de conclusie gekomen dat studenten toch moeten beseffen dat ze één zijn, en dat het er niet toe doen mag, hoe zij op de universiteit gekomen zijn. In de loop van de week werden de reacties positiever. Toen enkele studentes op woensdag in Dobris kwamen, een stadje veertig kilometer van Praag, wilden mensen nog geen pamfletten aannemen omdat ze daarvoor te bang waren. Mensen vroegen: "Wat moet je hier? Jullie zijn veel te jong om te beseffen waar je mee bezig bent. Hou daar toch mee op, want het resultaat is alleen maar dat alles nog slechter wordt. Jullie hebben 1948 en 1968 niet meegemaakt, maar wij hoeven dat niet nog eens te beleven!". Pas op vrijdag 24 november, toen het centraal comité van de partij was afgetreden durfden de mensen in stadjes als Dobris de pamfletten aan te pakken. Vanaf maandag de 27ste, de dag van de landelijke algemene staking, gebeurde het dat arbeiders, of personeel van landbouwcollectieven naar universiteitsgebouwen toe kwamen, om te vragen of studenten naar hun bedrijf wilden komen. De reacties werden steeds positiever, studenten kregen te eten of kregen geld toegestopt ter ondersteuning van de akties.

Tomasek.
Op maandag 20 november verzamelden zich om 16.00 uur meer dan 200.000 mensen op het Vaclavske namesti. Vanaf die dag waren er dagelijks dergelijke massale bijeenkomsten en de massaliteit van de akties vormde de garantie dat er geleidelijk een kentering ontstond. Op dinsdag voerde premier Adamec voor het eerst een gesprek met vertegenwoordigers van Burgerforum, waarin hij toezegde dat de regering geen politiegeweld meer zou gebruiken tegen eventuele demonstratie, en waarin hij zij dat er geen sprake van was dat het leger zou ingrijpen tegen de akties. Dezelfde avond keerde partijleider Jakes zich echter voor de televisie in felle bewoordingen tegen de akties. Hij waarschuwde dat "het opzwepen van de hartstochten onvoorzienbare gevolgen kan hebben". Op diezelfde dag keerde kardinaal Tomasek zich in ondubbelzinnige woorden achter de demonstraties. "Wij mogen niet zwijgen op het moment dat de bevolking zich verenigt in een machtig protest tegen de onrechtvaardigheid die ons nu al veertig jaar is aangedaan. Het is onmogelijk vertrouwen te hebben in een staatsbestuur, dat niet bereid is de waarheid te spreken en dat in een land met een geschiedenis van duizend jaar weigert rechten en vrijheden toe te staan, die zelfs in de jongste derde-wereldstaten al normaal gevonden worden". Tomasek herinnerde aan de honderdduizenden mensen die in 1985 deelnamen aan een processie in Velehrad, en die in 1988 de petitie ondertekenden voor godsdienstvrijheid en voor meer rechten voor gelovigen en voor kerken. Sindsdien was er vrijwel niets veranderd en bleef de kerk door stalinistische wetten functioneren onder controle van de staat. "We kunnen niet langer wachten. We moeten iets doen. Er moet een democratische regering komen, anders zullen we niet in staat zijn de op handen zijnde ecologische catastrophe en andere dreigende kwaden het hoofd te bieden". Tomasek besloot met een duidelijke oproep. "Ik richt mij tot U, mijn katholieke broeders en zusters, en tot uw priesters. Op dit historische moment mag niemand aan de kant blijven staan. Laat nogmaals uw stemmen horen, nu tezamen met andere burgers, met Tsjechen, Slowaken en met mensen van andere nationaliteiten, met gelovigen en niet gelovigen. Godsdienstvrijheid is niet te scheiden van andere democratische rechten. De vrijheid is ondeelbaar. En ik wil besluiten met een leuze uit ons verleden: Met god's hulp ligt ons lot in onze eigen hand".

Doorbraak.
Op vrijdag 24 november kwam de doorbraak. Het centraal comité van de partij kwam bijeen en besloot dat er een nieuw politbureau zou worden gekozen. Dat betekende dat de gehate Jakes aftrad. Hij werd opgevolgd door Urbanek. Toen het aftreden van Jakes bekend werd, vierden de 300.000 demonstranten op het Vaclavske namesti feest, en voor het eerst werd op de televisie een direct verslag gedaan van de gebeurtenissen. Het televisie personeel had al eerder gedreigd zich bij de stakingen aan te sluiten, en vanaf de 24ste boden radio en televisie meer feitelijke verslaggeving in plaats van de gebruikelijke dreigementen en vage toespelingen. De angstige spanning waarin iedereen tot dan toe geleefd had, was gebroken. De angst voor een mogelijk ingrijpen van het leger, of van troepen van de geheime politie, was steeds aanwezig geweest, maar maakte nu plaats voor een uitbundige vreugde. Maar de oppositie bleef op zijn hoede. In een verklaring die in de nacht van vrijdag op zaterdag om half vijf werd opgesteld, sprak Burgerforum zijn twijfel uit bij de persoonswisselingen. Burgerforum riep op om zaterdag massaal te demonstreren in Letna, een groot park even buiten het centrum van de stad, en handhaafde de oproep tot de staking van maandag. "Ook vragen wij de burgers van Tsjechoslowakije om na de twee-uursstaking in staat van paraatheid te blijven voor een permanente staking. Artiesten en studenten moeten zelf bepalen of ze door gaan met staken of niet". Op zondag publiceerde Burgerforum het manifest "Wat wij willen", waarin Burgerforum vastlegde wat in de loop van de week ook op straat, in muurkranten en pamfletjes al duidelijker was geworden, namelijk dat de wensen van de oppositie radicaler werden. In de oprichtingsverklaring was Burgerforum nog bescheiden in zijn eisen, maar nu verlangde Burgerforum de afschaffing van de één-partijstaat en vrije verkiezingen. Of dat ook gerealiseerd zou worden was toen nog lang niet zeker. Meer dan 750.000 mensen kwamen op Letna bijeen en op maandag 27 november werd tussen 12 en 2 uur in het hele land massaal aan de staking deelgenomen.

Concessies.
Het succes van de staking dwong de regering tot verdere concessies, en die werden bekend op dinsdag 28 november. Na een gesprek van twee uur tussen premier Adamec en Burgerforum, werd bekend dat de partij bereid was om de paragrafen in de grondwet te schrappen waarin de leidende rol van de communistische partij is vastgelegd. Verder werd aangekondigd dat op zondag 3 december een nieuwe regering zal worden gevormd waarin ook niet-partijleden zouden worden opgenomen; Burgerforum kreeg de beschikking over een gebouw en kreeg toestemming om een dagblad uit te geven; de politieke gevangenen zouden allen voor 10 december worden vrijgelaten. Een andere concessie was dat onderwijs en cultuur niet meer in het teken hoeven te staan van het marxisme-leninisme. Bovendien zou er een groep gevormd worden van vijf studenten en zes regeringsvertegenwoordigers om de gebeurtenissen van 17 november te onderzoeken. In de besprekingen vroeg Burgerforum verder om afschaffing van de volksmilities, om het aftreden van Husak, voorbereiding van vrije verkiezingen, garanties voor vrijheid van vergadering en van meningsuiting, afschaffing van het staatstoezicht op de kerken en een openbare afkeuring van de inval van troepen van het Warshaupakt in 1968. De studenten stonden nu voor de keuze wat ze verder moesten doen. Ze hadden aangekondigd door te staken tot de eisen zouden zijn ingewilligd. Een groot deel van de eisen wás nu ingewilligd, en het aktiecomité stelde voor om door te gaan met de bezettingen tot 3 december als er een nieuwe regering kwam. In de tussenliggende dagen zouden plannen moeten worden uitgewerkt voor veranderingen die moeten worden ingevoerd. Op de filosofische faculteit gingen op woensdag al een aantal werkgroepen aan de slag. Onder andere een werkgroep met studenten, professoren en bestuur, die ging praten over de invulling van een nieuw studieprogramma en studie regelment. Een andere werkgroep ging praten over het terughalen van mensen die na 1968 of na ondertekening van Charta 77 hun van de faculteit waren verwijderd. Een groep ging zich bezighouden met militaire dienst kwesties, en een ander met de sociaal-economische positie van studenten, kamers, mensa, studieboeken, enzovoort. Behalve in deze werkgroepen startten vanaf woensdag ook besprekingen per vakgroep tussen studenten en docenten over de nieuwe situatie. Bovendien werden in bibliotheken de afdelingen voor verboden boeken toegankelijk voor iedereen, en werd de verplichte deelname aan voorbereidingen voor de Spartakiade afgeschaft.

Rust.
Na de concessies kwam er in het land enige rust, na 12 dagen vol turbulente ontwikkelingen. Op dinsdag was er voor het eerst geen demonstratie, en kregen aanhangers van Hare Krishna de kans om bij het beeld van Sint Vaclav op Vaclavske namesti langdurig hun gezang aan te heffen. De revolutie was voorbij, maar het belangrijkste werk moest nog beginnen. Met name na de 24ste werden overal in het land, in steden en dorpen, in scholen en bedrijven Burgerforums opgericht, en in de hele Tsjechoslowaakse samenleving startte vanaf dinsdag reeksen vergaderingen, verkiezingen, conflicten en getouwtrek over wat er plaatselijk veranderen moet; Wie moet aftreden? Wie moet opvolgen? Hoe moet het plein van het Octoberrevolutie straks gaan heten? Een beschrijving van die locale conflictjes en veranderingen zou waarschijnlijk net zo interessant zijn als de beschrijving van de eerste tien dagen van de revolutie. Op drie december kwam er een nieuwe regering die tot algemene teleurstelling nog voornamelijk bestond uit communisten. Burgerforum was niet bereid geweest om deel te nemen in deze nieuwe regering. Studenten besloten om hun bezettingsakties voort te zetten en Burgerforum bereidde zich opnieuw voor op een landelijke staking. Er startten nieuwe onderhandelingen tussen Burgerforum en de regering en ditmaal wilde Burgerforum wel tot het kabinet toetreden. En zo kwam een week later toch een nieuwe regering tot stand met daarin een meerderheid van niet-communisten en met enkele vertegenwoordigers van Burgerforum. Op 28 december werd Dubcek voorzitter van het Tsjechoslowaakse parlement, op 29 december werd Vaclav Havel beedigd als president van de republiek en op 1 januari sloten de studenten hun bezettingsakties af met een groot feest.